Eén moment geduld...

Oops! Something went wrong while submitting the form :(

Icon-Home.png

Overdracht, Grip op de Groep, Vreedzame school

 

Overdracht en eerste dagen

De eerste stap is de overdracht van de groep. Overleg met elkaar welke kenmerken extra aandacht nodig hebben (denk aan aspecten als samenwerken, respect, etc.) en maak in overleg een startopstelling op basis van tafelgroepjes.

Wees vanaf dag 1 alert op de fasen van groepsvorming.

 

Procedure voor de overdracht van leerlingen

De overdracht wordt gehouden na de startvergadering, op de laatste vrijdag van de zomervakantie.

In het geval van duo leerkrachten: beide leerkrachten zijn aanwezig bij het ontvangen van de informatie van de vorige leerkracht.

De ‘oude’ leerkracht zorgt voor (niet alles is van toepassing bij kleutergroepen):

–          Uitdraai van de groepsplannen , of rechtstreeks op computer bekijken

–          Uitdraai van groepsoverzichten CITO

–          Een geschikte startopstelling wat betreft tafelgroepjes

–          Ingevuld blad: rollen in de groep (Grip op de Groep)

–          Overzicht indeling leerlingen in subgroepen van alle vakgebieden (kan anders zijn dan laatste indeling van het GP)

–          Overzicht doelstellingen van het afgelopen jaar (met frequentieverdeling) als basis voor doelstellingen komend schooljaar.

Het volgende komt aan bod:

  1. Álle kinderen worden doorgenomen aan de hand van een namenlijst. Bijzonderheden worden vermeld ten aanzien van het gedrag/werkhouding/’leerontwikkeling’.
  2. Bij welke kinderen is sprake van :
    1. (mogelijke) dyslexie?
    2. Individueel HP/OPP?
    3. Andere ‘diagnose’?
    4. Bijzondere thuissituatie/afspraken met ouders?
  3. Inhoud Groepsplannen wordt kort doorgenomen. Wat zijn aandachtspunten ten aanzien van de hele groep van de verschillende vakgebieden?
  4. Groepssamenstelling/Rollen in de groep (niet voor overgang naar groep 2/3 omdat groepssamenstelling verandert). Welke aandachtspunten zijn er voor de hele groep wat betreft luisterhouding/werkhouding/sfeer in de groep?

De nieuwe leerkracht:

–          Leest de journaals, ‘scannen’ van oude info.

–          Leest de DGO’s (onderwijsbehoefte) van alle kinderen.

–          Noteert vragen vooraf.

 

 

Inzet Vreedzame school en planning schooljaar 15-16

Planning: 6 blokken, het eerste blok ronden we af in de eerste 2 weken, de rest van de blokken gemiddeld 7 weken. Soms korter gepland zodat er na een vakantie met een nieuw blok gestart kan worden.

 

–          blok 1: We horen bij elkaar: de eerste 2 schoolweken. Samen met de groep worden groepsregels vastgesteld (positief geformuleerd).

–          blok 2: We lossen conflicten zelf op: start op 31 augustus. Totaal 7 weken, tot en met de herfstvakantie.

–          blok 3: We hebben oor voor elkaar: start op 26 oktober, na de herfstvakantie. Totaal 8 weken. Tot de kerstvakantie

–          blok 4: We hebben hart voor elkaar: start op 4 januari. Totaal 8 weken, tot de voorjaarsvakantie.

–          blok 5: We dragen allemaal een steentje bij: start op 7 maart, na voorjaarsvakantie. Totaal 7 weken, tot de meivakantie.

–          blok 6: We zijn allemaal anders: start op 9 mei, na meivakantie. Totaal 10 weken

 

Er zijn twee informatieborden: grote hal en bij keukentje.

Het is de bedoeling dat elke groep één periode verantwoordelijk is voor de invulling (‘opleuking’) van de borden. Mariken zorg voor het basismateriaal.

De verdeling is als volgt:

Blok 1: groep 8

Blok 2: groep 7

Blok 3: groep 6

Blok 4: groep 4 en 5

Blok 5: groepen 3

Blok 6: kleutergroepen

 

Grip op de Groep

Er is een aantal momenten in het schooljaar dat we nagaan hoe de stand van zaken in de groep is wat betreft groepsvorming. IB draagt zorg voor de bewaking en verspreiding van de documenten hiervoor.

 

Herfstevaluatie

  1. Leerkracht(en) vullen blad ‘stand van zaken rond herfstvakantie’ in:

–          Op kenmerken veiligheid, respect, positieve communicatie en samenwerken

–          Op rollen die kinderen hebben (vanaf groep 5)

Indien nodig wordt een planning gemaakt van activiteiten die na de herfstvakantie uitgevoerd gaan worden. Zie hiervoor ook de www.devreedzameschool.nl

–          Gebruikersnaam: Jozef Den Burg

–          Wachtwoord: 00010254Psw

 

  1. Vragenlijst voor kinderen van groep 5 tot en met 8 wordt ingevuld: ‘Hoe het gaat in de klas’. Dit wordt door de kinderen zelf ingevuld.

 

  1. Ook wordt het sociogram afgenomen en op basis hiervan nieuwe tafelgroepjes geformeerd. De leerkrachten maken deze indeling.

 

Vervolgactiviteiten

Uitvoeren van de ‘quickscan’ rond 1 december, 1 februari en 1 mei. Duoleerkrachten vullen dit steeds apart in en bespreken dit samen. Zet indien nodig activiteiten in. Het sociogram wordt eind maart nogmaals afgenomen.

 

Overdracht eind schooljaar

Ingevuld wordt het blad ‘stand van zaken’:

–          Op kenmerken veiligheid, respect, positieve communicatie en samenwerken

–          Op rollen die kinderen hebben (vanaf groep 5)

 

Tafelgroepjes

De basis van de opstelling van de kinderen is in tafelgroepjes. Hier kan van afgeweken worden:

–          Bij individuele leerlingen die beter alleen kunnen of willen werken

–          Bij toetsen

De leerkracht deelt de tafelgroepjes in. Leerlingen kiezen niet zelf hun plek, dit is veiliger voor kinderen.

De tafelgroepjes worden een aantal keren per jaar veranderd zodat kinderen de kans krijgen om met andere kinderen samen te werken. Dit gebeurt op de volgende momenten:

–          Direct na de herfstvakantie

–          Direct na de kerstvakantie

–          Direct na de voorjaarsvakantie

–          Direct na de meivakantie

BIJLAGE I

 

 

Stand van zaken rond de herfstvakantie

 

 

Veiligheid

 

Bij veiligheid gaat het om er voor te zorgen dat iedereen uit de klas graag naar school gaat. Dat heeft natuurlijk ook met zaken te maken die niet direct bij de omgang horen, zoals onderwijs dat goed is afgestemd op wat kinderen kunnen en kennen.

Hier beperken we ons tot de manier van met elkaar omgaan. Daarbij gaat het dus om afspraken maken die op de omgang gericht zijn. Iedereen hoort erbij, we sluiten niemand buiten. We kunnen op elkaar rekenen, we helpen elkaar als het nodig is. Wanneer je je niet prettig voelt in de klas dan mag je dat zeggen: tegen je klasgenoten en/of tegen de leerkracht. Er wordt regelmatig gepeild hoe de kinderen zich in de klas voelen.

 

Veilig                                      0          0          0          0          0          Onveilig

 

Welke activiteiten gaan we de komende periode inzetten om bij te dragen aan (nog) meer veiligheid in de groep?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Positieve communicatie

 

Hierbij gaat het om een sfeer in de groep te bereiken waarbij kinderen niet alleen op elkaar reageren als het in hun ogen mis gaat, maar ook als het goed gaat. Complimenten geven aan elkaar is hier een voorbeeld van. Het mooiste is dat natuurlijk wanneer het spontaan gebeurt. De kinderen hebben het dan als het ware geadopteerd. Van positieve communicatie is ook sprake als kinderen na uitgevoerde activiteiten elkaar bevestigen ten aanzien van hetgeen is uitgevoerd. Dus na spreekbeurten, buitenspelen, gym opdrachten etc.

Positieve communicatie kan gestimuleerd worden door gesprekken te voeren over het belang van elkaar waarderen en complimenteren. En door toepassingen in de dagelijkse communicatie als de gouden knoop en de complimenten kring. Bij de gouden knoop vinden de kinderen af en toe een gouden knoop in hun laatje en weten dat ze dan door de dag heen hun klasgenoten een compliment moeten geven. Aan het eind van de dag vraagt de leerkracht wie er volgens de klas vandaag de gouden knoop had?

Bij de complimenten kring wordt aan de groep gevraagd of er kinderen zijn die hun klasgenoten een compliment willen geven.

 

Positieve communicatie        0          0          0          0          0          Negatieve communicatie

 

Welke activiteiten gaan we de komende periode inzetten om bij te dragen aan (nog) meer positieve communicatie in de groep?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Respect

 

Bij respect gaat het vooral om het accepteren van verschillen op allerlei gebieden. Of het nu om vaardigheden of uiterlijkheden gaat. Om meningen of voorkeuren. Binnen een positieve groep is veel ruimte voor verschillen. Er is sprake van een ontspannen sfeer waarin kinderen zichzelf mogen zijn. Iets wat in een negatieve groep als afwijkend gezien wordt en waar ook vaak direct op een vervelende manier wordt gereageerd, zal in een positieve groep meer kansen hebben op acceptatie.

Door bijvoorbeeld regelmatig met de klas situaties of meningen te bespreken, waarbij de kinderen mogen kiezen tussen “eens”, “oneens” of “ik weet het niet “ kan het mogen verschillen beter gelegitimeerd worden. Waarbij kinderen ontdekken dat je vrienden kunt zijn maar toch een andere opvatting mag hebben.

Uitgangspunt moet zijn dat verschillen boeiend zijn en niet vermoeiend!

 

Respect                                  0          0          0          0          0          Respectloos

 

 

Welke activiteiten gaan we de komende periode inzetten om bij te dragen aan (nog) meer respect in de groep?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Samenwerken

 

Samenwerken draagt bij aan meer verbondenheid in de groep. Bovendien biedt samenwerken veel kansen voor gemotiveerder leren. Steeds meer scholen onderkennen de waarde en voeren samenwerkend leren in. Ook veel methodieken op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling hebben coöperatieve werkvormen opgenomen.

 

Uitgangspunt in de groep moet zijn dat iedereen met iedereen kan samenwerken. Specifieke kenmerken of aanpakken van bepaalde kinderen daar gelaten. Door regelmatig andere groepssamenstellingen te realiseren draagt de leerkracht bij aan het idee dat we in de groep met iedereen horen samen te werken.

Samenwerken is leuk, dat is de boodschap!

 

Bereid tot samenwerken       0          0          0          0          0          Weinig samenwerkingsbereidheid

 

Welke activiteiten gaan we de komende periode inzetten om bij te dragen aan (nog) beter samenwerken in de groep?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De volgende opvallende zaken zijn te vermelden n.a.v. de door de leerlingen ingevulde vragenlijsten (Hoe gaat het in de klas):

BIJLAGE II

 

Hoe gaat het in de klas…

 

Naam: ______________________________________

 

1= helemaal niet mee eens

2= niet mee eens

3= in het midden

4= mee eens

5= heel erg mee eens

 

  1 2 3 4 5
Ik heb het naar mijn zin in deze groep.          
Ik word respectvol behandeld door mijn klasgenoten.          
Onze groep geeft mij energie          
De groep houdt zich goed aan de regels.          
De groep staat op tegen pesten.          
In deze groep mag je zijn wie je bent.          
Ieders mening wordt gerespecteerd.          
In deze groep kunnen we met iedereen samenwerken.          
Problemen worden op een goede manier opgelost.          

 

  1 2 3 4 5
Ik ga ’s ochtends graag naar school.          
Ik vind het fijn om de hele dag op school te zijn.          
Ik kan voldoende met de juffen en meesters opschieten.          
Ik vind dat je juffen en meester voldoende opletten.          
Ik heb voldoende vrienden of vriendinnen in de klas.          
Ik kan mij op school goed gedragen.          
Ik kan goed spelen op het schoolplein.          
Ik kan een ruzie tussen mij en andere kinderen goed oplossen.          
Ik kan mij voldoende concentreren als ik aan het werk ben.          
Ik begrijp de uitleg van de juf of meester voldoende.          
Ik vind het fijn dat andere kinderen mij iets mogen uitleggen.          

 

 

 

 

 

Ik zou graag beter willen leren omgaan…. 1 2 3 4 5
… met mijn verdriet          
… met mijn boosheid          
… met mijn druk zijn          
… met mijn verlegenheid          
…met kinderen die mij pesten          
… met het helpen van andere kinderen die gepest worden          
… met het helpen bij ruzie tussen andere kinderen          
… met het kunnen oplossen van ruzie met de juf of meester          
… met _____________________________________          

 

Als ik kon toveren, dan zou ik willen veranderen …. AAN MIJZELF
 

 

 

 

 

 

 

 

Als ik kon toveren, dan zou ik willen veranderen …. IN SCHOOL
 

 

 

 

 

 

 

 

Als ik kon toveren, dan zou ik willen veranderen …. THUIS
 

 

 

 

 

 

 

 

 

BIJLAGE III

Quickscan

Grip op de groep – Positieve of negatieve groep

Toelichting – Deze quickscan is bedoeld als hulpmiddel om te zien of de groep positief of negatief is. Het is niet zo dat een kenmerk continu moet voorkomen. Het gaat er om of het ‘in het algemeen’ geldt voor de groep. Je kunt de quickscan toepassen op de hele groep en op subgroepen.

Kenmerken positieve en negatieve groep

 

  Kenmerk Pos.  JA Neg. NEE
1 Kinderen werken makkelijk met iedereen samen

 

   
2 Kinderen helpen elkaar spontaan (zonder dat de leerkracht het heeft opgelegd).

 

   
3 Kinderen moedigen elkaar aan, bij bijvoorbeeld buitenspel, maar ook bij bijvoorbeeld een spreekbeurt.

 

   
4 Kinderen respecteren verschillen. Ze accepteren bijvoorbeeld dat een kind dyslectisch is, slim is of niet zo goed kan meekomen.

 

   
5 Er heerst een harmonische sfeer in de klas (dus geen continue strijd tussen bepaalde kinderen).

 

   
6 Er wordt regelmatig taakgericht gewerkt. Kinderen communiceren regelmatig over een leertaak.

 

   
7 De rol van de ‘Joker’ is aanwezig.

 

   
8 De rol van de ‘Sociaal werker’ is aanwezig.

 

   
9 De kinderen nemen het voor elkaar op.

 

   
10 Alle kinderen worden door de groep betrokken bij werk en spel (uitzondering kan een kind zijn dat deviant gedrag vertoond). Er wordt niet buitengesloten.

 

   

 

                                         
-10 -9 -8 -7 -6 -5 -4 -3 -2 -1 0 +1 +2 +3 +4 +5 +6 +7 +8 +9 +10

 

 

BIJLAGE IV

 

Stand van zaken in de groep (eind schooljaar, voor overdracht)

 

Positieve groep                                                                           Negatieve groep

 

Veilig                                                   0   0   0   0   0                    Onveilig

Positieve communicatie                  0   0   0   0   0                    Negatieve communicatie

Respect                                               0   0   0   0   0                    Respectloos

Bereid tot samenwerken                 0   0   0   0   0                    Weinig samenwerkingsbereidheid

 

Positieve groep

Rollen in de groep                                   Namen van kinderen

 

Gezagsdragers

 

Sociaal werkers

 

Organisatoren

 

 

Verkenners

 

Volgers

 

Appellanten

 

Jokers

 

Negatieve groep

 Dictators

 

 

Intriganten

 

Meelopers

 

Zondebokken

 

 


 

Grip op de groep rolherkenning

 

 

Gezagsdrager

. (bijna) alle kinderen beoordelen deze leerling positief

. deze leerling geeft een vorm van toestemming om iets te doen als groep

. de leerling heeft een positief, stabiel karakter

 

Sociaal werker

. leerling is er als eerste bij als een ander iets overkomt

. deze leerling is zorgzaam naar andere leerlingen toe

. neemt initiatieven om de groepssfeer goed te houden

. intervenieert bij conflicten en draagt bij tot het oplossen van het conflict

 

Organisator

. deze leerling organiseert in zowel formele als informele groepssituaties

. verdeelt taken bij het samenwerken

. neemt het initiatief bij het maken van afspraken bij bijvoorbeeld spelletjes

. neemt de leiding in een gesprek

 

 

 

Verkenner

. leerling vertoont nieuwsgierig gedrag (kijken bij anderen, zoeken op internet)

. gaat over grenzen heen (en past zich ook weer keurig aan als de leerkracht hier iets over zegt)

. maakt zich regelmatig los van de groep om te verkennen

. neemt de rol van de organisator over als deze wegvalt

 

Volger

. leerling doet trouw wat er binnen de groep van hem of haar gevraagd wordt

. organisator koestert deze leerling

 

Appellant

. leerling heeft (tijdelijk) problemen op sociaal en/of fysiek gebied

. sociaal werker heeft zich als eerste over deze leerling ontfermd

. deze leerling versterkt het positieve karakter van de groep, de groep zorgt samen voor deze leerling

 

Joker

. plaats op het juiste moment de juiste grap waardoor de situatie zich ontspant

. doorbreekt wel eens de regels van de groep. Dit wordt door de groep geaccepteerd

. deze leerling relativeert

. het lijkt of deze leerling niet serieus wordt genomen maar dat is niet zo

 

 

Dictator

. vergaart medestanders om zich heen

. deze leerling heeft de leiding op een negatieve manier

. toont geen respect voor andere leerlingen. Trapt ze bijvoorbeeld de grond in met opmerkingen

. deze leerling stelt doelen met een negatieve lading. Bijvoorbeeld: “we pakken je na schooltijd” of “ik krijg je wel op msn”

. deze leerling pest

 

Intrigant

. deze leerling is niet bang voor de dictator

. probeert kinderen tegen elkaar uit te spelen

. schuift de schuld op andere kinderen (op een zondebok of meeloper)

. roddelt, pest, koopt om, dreigt

 

Meeloper

. doet alles wat de dictator en/of intrigant vragen

. stelt zich onderdanig op

. pest de zondebok

. kan wisselen van rol met de zondebok

 

Zondebok

. krijgt ongefundeerd de schuld van allerlei zaken

. frustraties van anderen worden op deze leerling gebotvierd

. stelt zich vaak onderdanig op

. kan van rol wisselen met de meeloper

 

 

 

Indeling in drie niveaus voor start schooljaar 15-16

Groep:

Taal

* ** ***
 

 

 

 

 

 

   

Rekenen

* ** ***
 

 

 

 

 

 

   

Spelling

* ** ***
 

 

 

 

 

 

   

Technisch lezen

* ** ***
 

 

 

 

 

 

 

   

Begrijpend lezen

* ** ***
 

 

 

 

 

 

 

   

BIJLAGE V

Artikel over groepsvorming

 

Een goede start van het schooljaar maak je samen

Na de vakantie start elke leraar met een nieuwe groep. Zelfs als je dezelfde groep meeneemt, zal het effect van minstens 6 weken vakantie je niet ontgaan. Kinderen zijn letterlijk en figuurlijk gegroeid. De groep heeft elkaar een langere tijd niet gezien, waardoor het groepsvormingsproces van vooraf aan begint  Hoe kun je je schooljaar nu optimaal beginnen?  Kies je ervoor om vanaf het begin meteen de teugels strak aan te trekken en dan later wat te laten vieren? Of observeer jij liever eerst wat er in de groep gebeurt? Op het moment dat je klas voor het eerst bij elkaar komt, start het proces van groepsvorming, waarbij de leraar een essentiële rol speelt.

In dit artikel worden resultaten van wetenschappelijk onderzoek gekoppeld aan de praktijk van alledag. Hierbij komen verschillende de fasen van groepsvorming, piramide van Maslow, resultaten van Marzano en Gurian aan bod. Afsluitend vind je 10 tips om zelf op een goede manier met een positief pedagogisch klimaat in de klas aan de slag te gaan.

Groepsvorming

Een groep, zoals een klas, vormt zich volgens een bepaald aantal fasen. Uit onderzoek is gebleken dat gedurende ongeveer 6 weken een klas de 4 fasen (Bakker- De Jong en Mijland) in de groepsvorming doorloopt:

– Forming (oriënteren): 
‘De kat uit de boom kijk fase’. Groepsleden onderzoeken, maken een inschatting van anderen en van zichzelf.
– Storming (presenteren):
Beweging in de rangorde. Wie is een leider, wie hoort bij welke groep, etc?
– Norming (normeren):
Groepsnormen worden duidelijker. 
– Performing (presteren):
Er is voor bepaalde omgangsvormen gekozen. Er is een gezamenlijk doel geformuleerd. Leiders zijn duidelijk.
– Reforming (evalueren):
Deze fase doorloopt niet elke groep en niet iedere groepdoet er niet even lang over. Een duidelijk voorbeeld is eind groep 8. Er wordt een periode afgesloten, waarbij het afscheid in de nabije toekomst weer een andere dynamiek in een groep geeft.

Een leraar heeft tijdens deze eerste periode de mogelijkheid om van de groep leerlingen een positieve groep te maken (Grip op de groep, Rene van Engelen). Hierna zijn de rollen, normen en waarden grotendeels bepaald voor de rest van het jaar. In deze 6 weken is de invloed van de leraar van groot belang.

Maslow

Boaz Bijleveld maakt in De Gouden Weken (2011) de link naar de piramide van Maslow (http://nl.wikipedia.org/wiki/Piramide_van_Maslow)  om aan te geven welk belang een veilige omgeving creëren heeft. Om tot maximale ontplooiing te komen  moet er eerst aan fysieke voorwaarden (zoals eten, drinken, kleding en onderdak) worden voldaan. Hierbij kun je ook denken aan een goede afwisseling tussen rust en inspanning, zowel geestelijk als lichamelijk. Bij de volgende fasen veiligheid en orde, sociale waardering (acceptatie) en waarderen (respect)  voorziet een positief pedagogisch klimaat in de voorwaarden voor leerlingen om zich in deze fasen te blijven ontwikkelen.

Marzano

Uit wetenschappelijk onderzoek (Wat Werkt op school, Marzano) is gebleken dat een positief pedagogisch klimaat een bijdrage levert aan het verhogen van de opbrengsten. Hij geeft hierbij aan dat belonen van prestatie, erkenning geven en Coöperatief Leren structureel bijdragen aan een hoger leerrendement.

Een effectieve relatie tussen leraar en leerling is van wezenlijk belang voor een goede ontwikkeling van een leerling. Leraren die dit doen zetten een standaard, houden controle, terwijl de eigen verantwoordelijkheid en vrijheid niet vergeten wordt. Door alert te zijn en emotionele objectiviteit te behouden (juiste mentale instelling) kan probleemgedrag snel en effectief  geïdentificeerd worden. Dat maakt het gemakkelijker om er adequaat op te handelen. Hierbij is een combinatie van het straffen van ongewenst en het belonen van gewenst gedrag het meest effectief. Wel moet bedacht worden dat een straf veel zwaarder weegt in de beleving dan een compliment. Er wordt een verhouding van 4 complimenten ten opzichte van 1 negatieve kritiek aangehouden om een positieve band op te bouwen.

Om voorspelbaar gedrag te realiseren is het belangrijk om met regels en routines te werken. De leraar heeft hierbij de uitgelezen kans om het voorbeeld te zijn. Regels en routines geven houvast en geven smering aan het proces. Maar dat gebeurt alleen als er actief wordt gewerkt aan de naleving ervan. Dus punctualiteit eisen bij je leerlingen en vervolgens zelf te laat komen ondermijnt je eigen regels.

Gurian

Michael Gurian (Boys&Girls; strategieën voor onderwijs aan jongens en meisjes in het onderwijs, OMJS) stelt dat het goed is tegemoet te komen aan de verschillende leerwensen van leerlingen. Met het stimuleren van het leerproces door relaties tussen leerkracht en kind en meer mogelijkheden voor sociale interactiete creëren, kom je als leraar tegemoet aan deze wensen. Hiermee bouw je aan de relatie tussen leraar en leerlingen en helpt het de leeropbrengsten omhoog te laten gaan.

Een dagelijkse persoonlijke begroeting bij deur is hiervan een voorbeeld. Het biedt de mogelijkheid om te laten blijken dat je blij bent dat ze er zijn. Daarnaast helpt het je gericht te weten te komen hoe ‘de pet erbij staat’ voordat ze de klas binnen komen. Mocht er iets vervelends of juist leuks gebeurd zijn in de thuissituatie, geeft je dat de mogelijkheid direct ernaar te handelen. Dat heeft een andere uitkomst dan gedurende de dag merken dat je leerling iets dwarszit en er dan pas wat mee kunnen doen.

Opgeteld

Het belang van een positief pedagogisch klimaat, maar vooral een positieve relatie tussen leraar en leerling is dus groot. Juist omdat het effect ervan zo groot is, is het belangrijk die relatie vanaf het begin van het schooljaar op een effectieve, positieve en inspirerende manier op te bouwen. Daarom hieronder een tiental tips om je op weg te helpen.

10 tips (in willekeurige volgorde) om op een goede manier het schooljaar te starten:

  1. Geef meer (oprechte) complimenten dan negatieve kritiek.
    Als richtlijn voor een positieve opbouw van de relatie met je leerling, kun je een verhouding vier opstekers ten opzichte van éénmaal negatieve kritiek in het achterhoofd houden. Complimenten kunnen gegeven worden over het gedrag van de leerling, over het proces van het werk en de prestatie die het kind leverde. Geef je een compliment over de eigenschappen van de persoon of over het zichtbare gedrag?
  2. Gebruik Coöperatieve werkvormen zoals bv In de rij en Tafelrondje
    Door Coöperatieve werkvormen leren leerlingen dat je samen meer leert dan alleen. Iedereen weet iets wat een ander niet weet. Coöperatieve werkvormen helpt dit bij elkaar te brengen en zet dat doelgericht in.
  3. Ken je leerlingen: naam, gezinssituatie, hobby’s, talenten en meer.
    Deze kennis geeft niet alleen meer diepgang aan je relatie, het geeft je de mogelijkheid om de persoonlijke ervaringen en de belevingswereld van de leerling te koppelen aan de leerstof. Dat zal de intrinsieke motivatie van de leerling en de leeropbrengsten verhogen.
  4. Laat de leerlingen jou kennen.
    Verbindingen worden versterkt door kennis over elkaar. Maak gebruik van de kennis over jouw talenten, interesses, gezinsituatie en hobby’s. Doe dat in verschillende onderwijssituaties. Wat mogen de kinderen in de klas van jou weten? Wat zijn mooie anekdotes over jou?
  5. Maak per dag een aantal keer gebruik van spelletjes die je groep positief helpen vormen: Binnenkomers van de Vreedzame School, Energizers of 5-minuten spelletjes.
    In de eerste 6 weken van het schooljaar wordt de samenstelling  van de groep bepaald. Door het inzetten van deze werkvormen maak je de groep hechter en kom je tegemoet aan de bewegingsbehoeften van je leerlingen. Dit kan ook gekoppeld aan je lesinhoud. Hoe vaak mogen leerlingen in jouw klas bewegen?
  6. Maak samen groepsregels; hoe willen we  dit jaar dat we in de groep met elkaar omgaan?
    Laat leerlingen samen tot een (beperkt) aantal positief omschreven klassenregels komen (wat willen jullie wel). Maak er een mooie poster van en laat alle kinderen hun pasfoto erop hangen. Hiermee creëer je een gezamenlijk doel voor de rest van het jaar met veel draagvlak onder je leerlingen.
  7. Geef opstekers klassikaal en bestraf 1 op 1.
    Leerlingen groeien van klassikaal gegeven opstekers. Ze zijn een voorbeeld voor de rest van de klas. Correcties zijn veel effectiever als je dat in direct persoonlijk contact doet. Zo bouw je aan je relatie met de leerling in plaats van het af te breken.
  8. Zorg dat je aan het begin van het jaar (meerdere malen) persoonlijk contact hebt gemaakt met alle ouders van je klas.
    Opvoeden doe je niet alleen. Investeer in de relatie met de ouders van je leerlingen. Samen met ouders bereik je veel meer en obstakels overwin je gemakkelijker als je een goede relatie met hen hebt opgebouwd. Wanneer heb je voor het eerst in het schooljaar alle ouders gesproken? Waar gaan deze gesprekken over en wie neemt hiervoor het initiatief?
  9. Neem regelmatig de tijd om schoolregels en klassenregels van context te voorzien; wat ermee bedoeld wordt en wat je ermee wilt bereiken.
    Regels op zich hebben niet zo veel betekenis. Je zult samen met je leerlingen de context van de regels moeten vullen. Als de regels en hun context bekend zijn en gaan leven, kun je er samen met de leerlingen ook veel gemakkelijker op terugkomen.
  10. Zorg voor een goede overdracht voor de eerste dag van het nieuwe schooljaar.
    Je kunt een vliegende start maken met je groep als je voldoende basiskennis hebt van je individuele leerlingen. Een goede overdracht zorgt hiervoor. Dat voorkomt dat je in onnodige situaties belandt. Doe dit zo mogelijk nog vóór de zomervakantie met je collega’s.

 

 

BIJLAGE VI

Achtergrond informatie over de fases van groepsvorming

 

De Forming, (Storming) en Normingfase staan gedurende de eerste weken (soms wellicht tot

de herfstvakantie) centraal. De introductie is zeer belangrijk. Je kunt er dan voor zorgen dat

groepsafspraken eerder ontstaan en niet bepaald worden door degenen die de meeste invloed

krijgen in de groep.

1. Formingfase

Kenmerk van deze fase: leerlingen zoeken antwoord op drie fundamentele vragen:

− Wat gaat er hier gebeuren? Wat voor ervaring zal dit worden?

− Wie zijn de anderen?

− Hoe pas ik me aan de anderen aan? Hoe zal ik hier behandeld worden?

Behulpzaam gedrag van de leerkracht:

− Begin de lessen met de leerlingen duidelijk te maken wat ze kunnen verwachten: de

inhoud, de eisen, de manier van werken.

Geef aan wat je van de leerlingen verwacht wat hun schoolwerk en hun gedrag betreft.

− De leerlingen helpen elkaar en jou als leerkracht te leren kennen.

Vertel wat over jezelf en vergeet daarbij niet aspecten te noemen die niet met de school te

maken hebben, zoals hobby’s.

− Zelf een voorbeeld zijn van het gedrag dat je verwacht.

Door je eigen gedrag en door de manier waarop je de groep opstelt, geef je de leerlingen

aanwijzingen over de manier waarop ze in jouw groep behandeld zullen worden en wat je

van hen verwacht over hun gedrag tegenover de leerkracht.

Je manier van optreden zal de leerlingen bijvoorbeeld duidelijk maken of het elkaar al dan

niet accepteren regel in de groep gaat worden. Niet zozeer door wat je zegt, maar ook door

wat je doet, geef je aanwijzingen of je jongens anders behandelt dan meisjes, vlugge

leerlingen anders dan langzame, allochtone kinderen anders dan Nederlandse kinderen,

Denk bij voorbeeldgedrag aan:

  • Laat blijken dat je alle leerlingen ziet als ze ’s ochtends de klas binnenkomen
  • Maak door je gedrag duidelijk dat je de omgang met elkaar en een goede

samenwerking belangrijk vindt. Ga niet voor jezelf zitten werken achter je bureau,

maar wees actief tussen de kinderen aanwezig. Zorg dat je aanspreekbaar bent,

voordat kinderen de klas ingaan.

  • Houd je aan je eigen afspraken en toezeggingen.
  • Blijf voor alles jezelf. Doe wat bij je past, dus wat je vol kan houden.
  • Zorg ervoor dat je niet zelf de competitiesfeer en tegenstellingen versterkt.
  • Beloon niet alleen prestaties of leerresultaten.

2 en 3. Stormingfase en Normingfase:

Kenmerk: Deze fase is van groot belang in het groeiproces van de groep!

In deze periode wordt er een strijd gevoerd om de macht: wie zal er nieuwe ideeën inbrengen, wie zal de taken in de groep verdelen, wie zal bepalen welke richting de groep zal nemen, kortom: wie zal er leiding geven?

De leerkracht moet tijdens deze fase weloverwogen stappen ondernemen om de groep de

vaardigheden en attitudes bij te brengen die nodig zijn voor doeltreffend groepswerk.

 

Behulpzaam gedrag van de leerkracht tijdens de fase van het vastleggen van regels:

− Het bepalen van de juiste groepsgrootte.

De opdracht die gegeven wordt bepaalt hoe groot de groep moet zijn. Om bijvoorbeeld

een beslissing te nemen over iets waarbij de hele groep betrokken is, bestaat de groep uit

alle kinderen. Bij andere opdrachten is het handiger in kleine groepjes van 4 à 5 kinderen

te laten werken.

− De willekeurige verdeling van leerlingen over kleine groepen.

Wanneer kinderen zelf mogen kiezen met wie zij willen werken, kan dit bij veel leerlingen

gevoelens van angst oproepen. Zowel het kiezen als het gekozen worden kan bedreigend

zijn. De willekeurige indeling in groepjes zal er eerder toe leiden dat kinderen zich

gelijkwaardig voelen.

− Een kring vormen: de leerlingen moeten altijd zo zitten dat iedereen de anderen kan zien

en kan horen. Wanneer de kinderen in kleine groepjes werken, moeten zij hun tafeltjes bij

elkaar zetten met veel ruimte tussen de groepen onderling, zodat ze elkaar niet storen.

− Het gewenste resultaat omschrijven.

Het succes van de groepsactiviteit is voor een belangrijk deel afhankelijk van de

nauwkeurigheid van de instructie. Een goede op de groep en op de opdracht gericht

instructie is opgebouwd uit drie componenten:

  • De eis dat de leerlingen als groep samenwerken
  • Een tijdslimiet voor de activiteit
  • Een nauwkeurig omschreven eindresultaat

− De leerlingen betrekken bij het vaststellen van de doelstellingen.

− Functioneren als observator en informatiebron van de groep, niet als leider.

Overleg vooraf met de groep over het proces: Hoe pak je het samen aan?

− De groep als geheel beoordelen. Spreek uit hoe je het groepswerk waardeert.

 

Wanneer het zich voordoet: Hoe lossen we conflicten op?

Kenmerk: In een groep waarin de productiviteit en de onderlinge samenwerking steeds

toeneemt, kunnen zullen op een bepaald moment vrijwel altijd toch conflicten ontstaan.

Behulpzaam gedrag van de leerkracht tijdens de conflictfase:

− Duidelijk maken dat een conflict positieve kanten heeft. Het is belangrijk dat je conflicten

ziet als het onvermijdelijke resultaat van de interactie tussen mensen met uiteenlopende

waarden en normen. Je eigen houding ten aanzien van conflicten is dus belangrijk.

Wanneer zich conflicten voordoen in de groep, is het belangrijk de leerlingen te leren op

een constructieve wijze met conflicten om te gaan.

− Leerlingen die conflictsituaties niet aankunnen, steunen en geruststellen. Sommige

kinderen zullen zenuwachtig of misschien zelfs overstuur raken. Geef aan dat je hun

ongerustheid of angstgevoelens wel begrijpt, maar verzeker hen er tevens van dat de

meningsverschillen goed aangepakt zullen worden en dat het niet de bedoeling is dat

kinderen gekwetst worden.

− Niet autoritair worden.

− Gebruik maken van actief luisteren. Let erop dat je goed naar de kinderen luistert en dat ze

ook goed naar elkaar luisteren.

− Reageren op de gevoelens die aan de woorden van leerlingen ten grondslag liggen. Laat

merken dat je begrijpt en accepteert welke gevoelens er achter de woorden van de

kinderen schuilgaan.

4. Performingfase:

  • In deze fase zullen we met het ontstane sociale klimaat in de groep gaan werken aan

de pedagogische- en didactische ontwikkelingen van het kind. Leidraad in deze

periode is onze methode “Kinderen en hun sociale talenten”.

Kenmerk: Naar deze fase is steeds toegewerkt. De groep heeft in deze fase de vaardigheden

en de instelling ontwikkeld die noodzakelijk zijn voor een doeltreffende omgang met elkaar

tijdens groepsactiviteiten. De aandacht van de groep richt zich in deze fase zowel op de

opdracht waar ze mee bezig is als op de onderlinge, individuele behoeften van de

groepsleden. Dit betekent dat de groep soms gericht bezig zal zijn met schoolzaken, maar

soms ook meer met de onderlinge betrekkingen. De perioden waarin de aandacht zich meer

richt op de onderlinge verhoudingen is belangrijk voor de persoonlijkheidsvorming van de

Behulpzaam gedrag van de leerkracht tijdens de productiviteitsfase:

− De groep helpen bij de consolidatie van vaardigheden. Over het algemeen is het niet meer

nodig om trainingsoefeningen te doen.

− Voorbereid zijn op een tijdelijke achteruitgang. Perioden van achteruitgang zullen zich

met name voordoen wanneer een speciale gebeurtenis de dagelijkse routine in de groep

verstoort. Bijvoorbeeld de eerste dagen na een schoolvakantie of wanneer kinderen in

nieuwe groepjes worden ingedeeld. Wanneer je je er als leerkracht van bewust bent dat

kinderen zich na dit soort gebeurtenissen weer even moeten aanpassen, kun je leerlingen

hierbij begeleiden.

− Rekening houden met het feit dat er nu eens aan opdrachten wordt gewerkt en kinderen

dan weer met de onderlinge relaties bezig is. Dat betekent dat hier ruimte voor moet zijn,

naast het bezig zijn met de leerstof.

5. Adjourningfase (groep 8):

De laatste drie schoolweken: Slotfase

Kenmerk: De leerlingen maken de laatste fase door van het samenzijn in een groep: de

slotfase, de groep gaat uit elkaar.

Behulpzaam gedrag van de leerkracht tijdens de slotfase:

− Toegeven dat de groep (even) zal ophouden te bestaan. Dit geldt met name in groep 8 of

wanneer de groep een volgend schooljaar een andere samenstelling krijgt, omdat groepen

bijvoorbeeld worden samengevoegd. Het is zinvol te erkennen dat de groep het volgende

jaar niet meer in de huidige samenstelling bij elkaar zal komen en dat de kinderen en

jijzelf dat spijtig vinden.

− De leerlingen aanmoedigen hun gevoelens te uiten in verband met het uit elkaar gaan.

− De leerlingen helpen terug te zien op de ervaring.

− De groep helpen aan een maatregel waardoor de ervaring blijft bestaan.